Toen Octavia onverwacht voor langere tijd in Nederland kwam te wonen, bleek ze de combinatie van reizen en tekenen te missen. Ze bedacht dat ze het principe ook hier zou kunnen toepassen, maar betrapte zichzelf erop dat ze naar ‘zogenaamde’ pittoreske stadjes ging. Toen ze op een dag geen trapgeveltje meer wilde zien, bedacht ze dat er iets onverwachts, willekeurigs moest komen. De Bosatlas erbij gepakt en de lijst plaatsnamen onder de letter A bekeken. Dat waren er wel erg veel. Daarna de Z. Dat waren er destijds tussen de 65 en de 70. Niet gedraald, de Z werd het. Nu weet ze dat je geen letter met een grondsoort, windrichting, kleur of getal moet nemen, de namen worden dan snel saai. Maar, doorgezet. Ze ging nog veel op reis, maar pakte de Z’jes weer op wanneer zij in Nederland was.
Door omstandigheden kwamen gehuchten, buurtschappen op de lijst terecht. Soms stond een plek op een officiële, maar oude, landkaart. En wie wil er nu niet naar Zoggel, Zuuk, Ziek of Zoeke. Tegen de tijd dat ze naar 276 verschillende Z’jes was gereisd en er iets had getekend, begon ze te broeden op een nieuw project. Verscheidene ideeën en experimenten later kwam er iets – letterlijk – op haar pad.